Huishoudelijk
reglement:
S.V. De Flint te Belfeld.
Afdeling 1.
ALGEMENE BEPALINGEN.
Artikel 1.
Nastreven van het doel.
Algemene gedragsregels van de vereniging.
1.1. Bij het
nastreven van haar doel onthoudt de vereniging zich in haar doen en
laten van al hetgeen waarmede zij zichzelf, de KNSA of de schietsport in
het algemeen en diskrediet zou kunnen brengen.
1.2. Zij leeft de voorschriften, aanwijzingen en wensen die haar van
overheidswege worden kenbaar gemaakt stipt na, voorzover zij in
overeenstemming zijn met in het algemeen rechtsbewustzijn levende
beginsel van behoor lijk bestuur.
Algemene gedragsregels van de leden.
1.3. De leden onthouden zich in hun doen en laten van al hetgeen
waarmede zij zichzelf, als beoefenaars van de schietsport, de
vereniging, de KNSA of de schietsport in het algemeen in diskrediet
zouden kunnen brengen.
Artikel 2.
Middelen ter bereiking van het doel.
Verplichtingen van het bestuur.
2.1. Het bestuur draagt zorg dat;
a. de aspirant-leden de nodige basisinstructie ontvangen,
b. de gewone- en juniorleden in de gelegenheid worden gesteld zich
verder te bekwamen.
2.2. In ieder geval mogen;
a. aspirant- en juniorleden slechts schieten onder de onmiddellijke
leiding van een instructeur of toezicht houder,
b. juniorleden die de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt
in geen geval van vuurwapens gebruik maken,
2.3. Van het in lid 1 en onder a en lid 2 en onder a, bepaalde kan het
bestuur ontheffing verlenen, voorzover het aspirant- of junior lid reeds
over de vereiste basiskennis en vaardigheid beschikt.
Verplichtingen
van de leden.
2.5. De leden
worden verzocht aan de oefeningen deel te nemen.
2.6. De leden nemen bij de oefeningen en wedstrijden de daarvoor
geldende regels en gebruiken en met name de veiligheidsregels, strikt in
acht.
2.7. Ieder lid dient na geschoten te hebben zijn schietstand volledig
opgeruimd achter te laten.
2.8. De schutter die als laatste de banen verlaat dient de ruimte
onmiddellijk voor en achter de schietstand schoon te maken.
2.9. Elk lid dient zich te houden aan het reglement van de
schietaccommodatie Deze zullen zichtbaar voor iedereen worden
opgehangen.
2.10. De leden welke zich niet houden aan dit reglement of zich op
andere wijze niet naar behoren gedragen (ook buiten de
verenigingsavonden) kunnen door de eigenaar van de accommodatie
geweigerd worden. Dit in overleg met het bestuur van S.V. "de Flint.
Deelneming door
aspirant-leden en introducés
2.11. Het
bestuur onderwerpt de aspirant-leden ten aanzien van de oefeningen en
wedstrijden zoveel mogelijk aan de voor de leden geldende regels, met
dien verstande dat het kan verlangen dat zij aan iedere oefenavond
deelnemen.
2.12. Introducés onderwerpt het bestuur aan de voor de oefeningen en
wedstrijden geldende regels en gebruiken, en met name de
veiligheidsregels.
Afdeling 2.
DE LEDEN,
ASPIRANT-LEDEN, INTRODUCÉS EN BEGUNSTIGERS.
Artikel 3.
Aspirant leden.
Aspirant-leden
zijn zij die een verzoek tot toetreding als gewoon- of junior lid hebben
gedaan en op wier verzoek nog niet is beslist bij besluit waartegen geen
beroep openstaat of meer openstaat.
Artikel 4.
Toelatingsprocedure.
4.1. Voor alle
aspirant-leden geldt een minimum proeftijd van 3 maanden welke door het
bestuur van S.V. "de Flint" verlengd kan worden tot 6 maanden.
4.2. De toelating als gewoon- of juniorlid wordt verzocht door de
indiening van een door de vereniging beschik baar gesteld en door de
aanvrager ingevuld en ondertekend formulier, in zoveel exemplaren als op
het formulier is vermeld. Indien de toelating wordt verzocht door een
minderjarige, worden de formulieren door zijn ouders, voogd of
verzorgers mede ondertekend. Bij de indiening legt de aanvrager 2 goed
gelijkende pasfoto's van hem over.
4.3. Tegelijk met de uitreiking van de aanmeldingsformulier ontvangt de
aanvrager een exemplaar van de statuten en reglementen deer vereniging
met de eventuele wijzigingsbladen.
4.4. Het bestuur is bevoegd de aanvrager de kosten in rekening te
brengen. Als de aanvrager wordt toegelaten worden deze kosten met het
inschrijfgeld verrekend.
4.5. Van het verzoek tot toelating wordt zo spoedig mogelijk op de in de
vereniging gebruikelijke wijze of wijzen kennis gegeven aan de leden.
4.6. De leden kunnen tegen de toelating bezwaar maken zolang het bestuur
niet heeft beslist. Op niet op deze wijze kenbaar gemaakte bezwaren
wordt geen acht geslagen.
4.7. Niemand kan als gewoon- of juniorlid tot de vereniging worden
toegelaten indien niet;
a. er tenminste drie maanden zijn verstreken sinds zijn aanmelding voor
het lidmaatschap,
b. het bestuur op deugdelijke gronden de verwachting heeft dat het
aspirant-lid over de nodige kennis en vaardigheid beschikt die voor een
veilig gebruik van schietwapens vereist zijn en voorts,
c. er ten aanzien van het aspirant-lid niet van zodanige eigenschappen,
gedragingen of omstandigheden aan het bestuur is gebleken dat gebruik
van de wapens voor een ander doel dan de beoefening van de schietsport
kan worden geducht.
Artikel 5.
Lidmaatschapsbewijs.
5.1. Ieder
ontvangt terstond na zijn toelating een lidmaatschapsbewijs.
5.2. Het bewijs bevat de volgende gegevens;
a. de namen, voornamen, geboortedatum en -plaats en het volledige adres
van het lid.
b. zijn lidmaatschapsnummer.
c. de vermelding of hij gewoon- of juniorlid is.
d. andere gegevens daarvan het bestuur de vermelding op het bewijs van
belang acht.
5.3. Het bewijs wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
5.4. Het betrokken lid dient op het bewijs zin handtekening te stellen.
5.5. Het bewijs kan mede dienstbaar worden gemaakt aan de aantekening
van de jaarlijkse bijdrage, en strekt dan, mits voorzien van de paraaf
van de penningmeester, tot bewijs van betaling daarvan.
5.6. Het lidmaatschapsbewijs blijft eigendom van de vereniging en dient
na het beëindigen van het lidmaatschap aan de vereniging te worden terug
gegeven.
Artikel 6.
Inbezitstelling van wijzigingsbladen
6.1. De leden
worden, tegen kostprijs, in het bezit gesteld van de wijzigingsbladen
met betrekking tot de statuten en reglementen.
6.2. Indien een lid op de gestelde stukken geen prijs stelt, blijft hij
niettemin het bedrag daarvoor verschuldigd.
Artikel 7.
schade aan zaken der vereniging.
7.1. De
vereniging stelt zich niet aansprakelijk voor vermissing of beschadiging
van zaken bij de leden in gebruik.
Artikel 8.
Disciplinaire maatregelen.
8.1. Indien
een gewoon- of junior lid;
a. handelt in strijd met de voor de oefeningen en wed strijden geldende
regels en gebruiken, dan wel,
b. zich bij de activiteiten van de vereniging onordelijk gedraagt, kan
hij door het bestuur worden
a.1. gewaarschuwd,
a.2. berispt,
a.3. uitgesloten van deelneming aan oefeningen van de vereniging van ten
hoogst zes maanden,
a.4. uitgesloten van deelneming aan wedstrijden van de vereniging voor
een duur van ten hoogste zes maanden,
a.5. uitgesloten van deelneming van bijeenkomsten der vereniging voor
een periode van ten hoogste zes maanden,
a.6. geschorst voor een periode van ten hoogste zes maanden.
8.2. De maatregelen, die in het vorig lid genoemd onder a.3., a.4. en
a.5. kunnen ook gecombineerd worden opgelegd.
8.3. Van een overeenkomstig in de leden 1 en 2 bepaalde opgelegde
maatregel staat het betrokken lid binnen een maand beroep open bij de
commissie van beroep.
8.4. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of degene die hem
vervangt het lid van verdere deelname aan de betreffende oefeningen,
wedstrijden of bijeenkomsten uitsluiten. Tegen zodanige maatregel staat
geen beroep open.
8.5. Het in de vorige leden bepaalde laat onverlet de bij oefeningen en
wedstrijden aan de leiding daarvan jegens het lid toekomende
maatregelen.
Artikel 9.
Ledenadministratie.
9.1. door de
zorg van het bestuur, en in het bijzonder van de secretaris, wordt een
goede ledenadministratie aangelegd.
9.2. De ledenadministratie omvat op zijn minst een kaartsysteem volgens
de in de volgende leden te stellen regelen
9.3. Van ieder aspirant-, gewoon-, of juniorlid wordt een afzonderlijke
kaart, met eventueel vervolgkaarten, aangelegd, dat de volgende gegevens
-voorzover aanwezig van betrokkene, bevat:
a. zijn naam, voornamen, geboortedatum en -plaats, volledige adres en
telefoonnummer.
b. de datum waarop het lidmaatschap is aangevraagd, de datum waarop het
lid definitief is toegelaten en, na de beëdiging van zijn lidmaatschap
de datum van beëdiging en de reden daarvan.
c. zijn lidmaatschapsnummer.
d. de nummers van zijn wapenvergunningen, onder vermelding van de
autoriteit die ze afgegeven heeft.
f. behaalde prijzen en kampioenschappen, zowel binnen als buiten het
verband der vereniging,
e. het nummer van zijn schietpaspoort,
g. eventueel tegen de betrokkene getroffen disciplinaire maatregelen,
zoals van de KNSA als van de vereniging.
h. indien de betrokkene tot lid van verdienste of erelid is benoemd, de
vermelding daarvan, met aanduiding van de datum van de algemene
vergadering waarop dat gebeurd is.
i. eventuele functies welke betrokkene in de vereniging of in het
verband van de KNSA vervuld heeft, met vermelding van de data waarop hij
die aangevangen of beëindigd heeft.
j. andere gegevens waarvan het bestuur de vermelding van blijvend belang
acht, voorzover betrekking hebbend op het doel der vereniging.
9.4. Indien een aspirant-lid als lid wordt toegelaten, worden de
gegevens vermeld op zijn kaart overgebracht op een nieuwe kaart en wordt
de oude kaart vernietigd: wordt het verzoek om toelating afgewezen, dan
wordt de kaart bewaard, nadat daarop vermeld is dat het aspirant-lid is
afgewezen, met de datum van afwijzing.
9.5. De kaarten dragen een verschillende kleur naar gelang zij
betrekking hebben op een aspirant-, een gewoon-, of een juniorlid.
9.6. Het kaartsysteem is te allen tijde voor de diverse commissies ter
inzage.
Artikel 10.
Introducés
10.1 Het
bestuur is te allen tijde bevoegd tot introductie van niet-leden.
10.2 De leden zijn bevoegd, onder hun verantwoordelijkheid, niet-leden
te introduceren, mits zij van het bestuur voorafgaand toestemming
daarvoor hebben verkregen.
Artikel 11.
Begunstigers.
11.1 De
begunstigers worden tot de manifestaties der vereniging uitgenodigd.
Afdeling 3.
DE ALGEMENE VERGADERING.
Jaarvergadering.
Voorstellen van de leden.
12.1. De leden kunnen voorstellen ter behandeling aan de jaarvergadering
voorleggen.
12.2. Zodanige voorstellen moeten schriftelijk, door tenminste tien
gewone- of juniorleden der vereniging ondertekend, uiterlijk zeven dagen
vóór de vergadering bij het bestuur worden ingediend.
12.3. Het bestuur voegt de voorstellen die voldoen een de in lid 2
gestelde voorwaarden, aan de agenda toe,
12.4. Indien een voorstel niet aan de in lid 2 genoemde voorwaarden
voldoet, is het bestuur wel bevoegd maar geenszins gehouden het aan de
agenda toe te voegen.
12.5. Het in de vorige leden bepaalde is niet van toepassing op
voorstellen voor welker aanneming een gekwalificeerde meerderheid van de
algemene vergadering vereist is.
Agenda.
12.6.a. Op de
jaarvergadering worden in ieder geval aan de orde gesteld;
eventueel tussentijds gehouden buitengewone vergaderingen,
b. het jaarverslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar,
c. de balans en de staat van baten en lasten betreffende het afgelopen
boekjaar, met het verslag van de kascommissie en van de deskundigen,
indien deze aangewezen is,
d. de begroting voor het lopende boekjaar,
e. de vervulling van openstaande of in de vergadering open vallende
vacatures in het bestuur, de commissie van beroep of door de algemene
vergadering ingestelde commissie, een en ander voorzover in die
vacatures niet reeds door een buitengewone vergadering is voorzien,
f. de benoeming van een kascommissie,
g. de voorstellen die het bestuur op de agenda plaatst,
h. de eventuele voorstellen van leden,
i. en de rondvraag,
Kascommissie.
12.7. De
kascommissie vangt haar werkzaamheden zo spoedig mogelijk aan.
12.8. Vereist het onderzoek van de jaarrekening bijzondere
boekhoudkundige kennis waarover de commissie zelf niet beschikt, dan kan
zij zich door een deskundige doen bijstaan.
12.9. Het bestuur is verplicht ten behoeve van het onderzoek der
commissie aan deze en aan de deskundige, zo deze is aangewezen, inzage
van de boeken en bescheiden der vereniging te geven, hun desgevraagd de
kas en de waarden te vertonen en hun alle door hen gewenste inlichtingen
te verschaffen.
12.10. Het in de leden 7 tot en met 9 bepaalde is van overeenkomstige
toepassing op de kascommissie die benoemd zijn ingevolge het bepaalde in
artikel c.8., lid 2 laatste zin, of artikel c.8., lid 4, eerste zin, der
statuten.
Artikel 13.
Wijze van oproeping van de algemene vergadering.
13.1. Een
algemene vergadering wordt bijeengeroepen door middel van;
a. een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving,
b. een aankondiging op het in het verenigingsgebouw aanwezige
mededelingenbord,
c. een publicatie in het verenigingsblad dan wel,
d. een advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging
gevestigd is veelgelezen dagblad.
De oproeping dient de onderwerpen die behandeld zullen worden (agenda)
te bevatten. Geschiedt de oproeping per advertentie dan kan ook volstaan
worden met ter inzagenlegging van de agenda op het secretariaat der
vereniging en mededeling daarvan in de advertentie. Besluiten kunnen
door de algemene vergadering alleen worden opgenomen over onderwerpen
die bij de oproeping zijn vermeld, of waarvan kennis is gegeven
overeenkomstig het in de vorige zin bepaalde.
Termijn van
oproeping.
13.2. Alle vergaderingen worden bijeengeroepen met een termijn van
tenminste veertien dagen. een vergadering die op verzoek van leden wordt
gehouden -ongeacht of zij bijeengeroepen is door het bestuur of door de
leden- wordt bovendien bijeengeroepen op een termijn van niet langer dan
vier weken.
Artikel 14.
Presidium en secretariaat.
14.1 Als
voorzitter en secretaris van een door het bestuur bijeengeroepen
algemene vergadering treden op de voorzitter en secretaris van het
bestuur of hun respectievelijke plaatsvervangers.
14.2. Een door de leden der vereniging overeenkomstig het bepaalde bij
artikel c.9., lid 2, der statuten, bijeengeroepen algemene vergadering
kiest zelf haar voorzitter en secretaris.
14.3. Indien, in de gevallen van de voorafgaande leden, iemand tijdens
de vergadering de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij voorzitter
of secretaris van de algemene vergadering is, blijft hij niettemin die
functie uitoefenen tot na afloop van de vergadering tenzij hij anders
verkiest of de vergadering anders beslist.
Artikel 15.
Besluitvorming.
Stemrecht.
15.1. In de
algemene vergadering heeft een gewoon lid en een junior lid één stem.
Aan een voorzitter die geen lid van de vereniging is komt op dezelfde
voet stemrecht toe als aan een gewoon lid. Een tot stemmen bevoegde mist
echter stemrecht over zaken die hem, zijn echtgenoot of een van zijn
bloedverwanten in rechte lijk betreft.
Volmacht.
15.2. Een tot stemmen bevoegde kan zijn stem of stemmen uitbrengen door
een schriftelijk daartoe gevolmachtigd (ander) lid.
Wijze van stemmen.
15.3. De
stemming geschied in beginsel hoofdelijk en mondeling.
15.4. Indien niemand zich daartegen verzet, kunnen voorstellen ook
zonder hoofdelijke stemming worden aangenomen.
15.5. Indien de voorzitter dit bepaald, of tenminste één vijfde gedeelte
ter vergadering aanwezige leden dit verlangt, wordt schriftelijk, met
ondergetekende en gesloten briefjes gestemd; alsdan wijst de voorzitter
twee leden aan om de stemmen op te nemen.
Volstrekte
meerderheid.
15.6. De besluiten worden in de algemene vergadering genomen met
volstrekte meerderheid der door de vergadering aanwezige leden
uitgebrachte stemmen, staken de stemmen over een voorstel niet rakende
keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, dan wordt het
voorstel geacht te zijn verworpen.
Keuzen.
15.7. Heeft bij stemming over keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
personen niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan heeft een
nieuwe stemming plaats.
Wordt alsdan wederom geen volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt
herstemd tussen de twee personen die het grootste aantal stemmen op zich
hebben verenigd.
Zouden door gelijkheid van stemmen meer dan twee personen voor
herstemming in aanmerking komen, dan wordt door loting uitgemaakt tussen
welke twee personen herstemming zal plaatshebben. Bij de herstemming is
hij gekozen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht. Staken bij
herstemming de stemmen, dan beslist het lot.
15.8. Heeft er met het oog op de keuze, voordracht of aanbeveling van
een persoon kandidaatstelling plaats gehad, is niet meer dan één
kandidaat gesteld, dan wordt die als gekozen beschouwd.
Stemmen van onwaarde.
15.9. Onder stemmen worden in dit artikel verstaan geldig uitgebrachte
stemmen, zodat voor de berekening van het stemmental niet meetellen
ongeldige of blanco stemmen.
Vaststelling dat
het besluit genomen is.
15.10. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de
voorzitter dat door de algemene vergadering een besluit is genomen, is
beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit.
voorzover gestemd wordt over een niet schriftelijk vastgesteld voorstel.
15.11. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het vorige
lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe
stemming plaats wanneer de meerderheid der vergadering, of, indien de
oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een
stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming
vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 16.
Besluiten over ontbinding etc.
16.1. In
afwijking in zoverre van het in de artikelen 14 tot en met 16 bepaalde,
kunnen besluiten;
a. tot schorsing of ontslag van een lid van het bestuur,
b. tot het aanvaarden van schenkingen of makingen onder last voor
voorwaarde, of wanneer de geschonken of vermaakte goederen met hypotheek
of pand anderszins bezwaard zijn,
c. tot statutenwijzigingen of,
d. tot ontbinding van de vereniging, alleen worden aangenomen in een
buitengewone vergadering waarin tenminste de helft van het aantal leden
aanwezig is en met een meerderheid van tenminste tweederde der
uitgebrachte stemmen.
16.2. Is het onderwerp een voorstel tot wijziging van de statuten of een
voorstel tot ontbinding van de vereniging, dan moet bovendien een
afschrift van dat voorstel, waarin de beoogde wijziging woordelijk is
opgenomen, bij de oproeping worden meegezonden en moeten zij die het
voorstel hebben gedaan tenminste vijf dagen vóór de vergadering zodanig
afschrift op het secretariaat der vereniging voor de leden ter inzage
leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
16.3. Het in de eerste en tweede lid bepaalde is niet van toepassing
indien het betreft een wijziging van de statuten en het besluit tot
wijziging is genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle
leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
16.4. Onverminderd het in lid 3 bepaalde, kan, indien de helft van het
aantal leden der vereniging niet ter vergadering aanwezig is, in een
volgende vergadering, te houden op een termijn van niet langer dan vier
weken, een besluit over het voorstel worden genomen ongeacht het ter
vergadering aanwezige aantal leden, mits met een meerderheid van
tenminste drie vierde der uitgebrachte geldige stemmen.
Afdeling 4.
HET BESTUUR.
Artikel 17.
Taak van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester der
vereniging.
17.1. De voorzitter der vereniging zit het bestuur der vereniging voor,
de secretaris der vereniging voert daarin de pen en de penningmeester
der vereniging ontvangt de aan de vereniging toekomende gelden en geeft
daarvoor kwijting, beheert de gelden der vereniging en betaalt de door
de vereniging verschuldigde gelden.
17.2. De voorzitter vertegenwoordigt de vereniging bovendien naar buiten
toe.
17.3. Elk lid kan zich beschikbaar stellen voor het bestuur als hij of
zij minimaal 3 jaar lid zijn van de vereniging.
Artikel 18.
Rooster van aftreden.
De leden van het bestuur treden ingaande de jaarvergadering van
periodiek af volgens onderstaand rooster:
eerste jaar:
voorzitter
eventuele vice-voorzitter en
eventuele derde bijzitter;
tweede jaar:
secretaris
eventuele eerste bijzitter en
eventuele vierde bijzitter;
derde jaar:
penningmeester,
eventuele tweede bijzitter en
eventuele vijfde bijzitter
de rangorde der bijzitters naar volgorde van benoeming en vervolgens van
voren af aan.
Artikel 19.
Besluitvorming.
Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen der aanwezigen leden;
bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Artikel 20.
Voor beroep vatbare besluiten van het bestuur.
20.1. Alvorens
het bestuur een besluit neemt waartegen ingevolge de statuten of
reglement beroep op de commissie van beroep open staat, stelt het de
betrokkene schriftelijk, onder opgave van de redenen, van zijn voornemen
in kennis en geeft het hem de gelegenheid naar aanleiding daarvan te
worden gehoord, waarbij tussen de oproeping en het tijdstip waarop het
lid wordt gehoord een termijn van tenminste veertien dagen moet liggen.
20.2. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld op de zitting of op
een nadere zitting te getuigen of deskundigen voor te brengen.
20.3. De betrokkene mag zich doen bijstaan door een advocaat, die in de
gelegenheid word gesteld de zittingen bij te wonen, de getuigen en
deskundigen vragen te stellen en de nodige opmerkingen te maken en
schrifturen op te stellen.
20.4. De behandeling geschied met zodanige voortvarendheid als met
inachtneming van het in de leden 1 tot en met 3 bepaalde mogelijk is.
20.5. Het in de leden 1 tot en met 3 bepaalde behoeft niet in acht te
worden genomen indien het betreft een besluit tot ontzetting,
uitsluitend gegrond op aanbetaling van aan de vereniging verschuldigde
gelden, nadat het lid tot drie maal toe vergeefs een termijn van
tenminste veertien dagen is gegund teneinde alsnog aan zijn
verplichtingen te voldoen.
20.6. Het bestuur besluit uiterlijk zes weken nadat de zaak voor
beslissing gereed ligt.
20.7. Het besluit van het bestuur is met reden omkleed; een afschrift
daarvan wordt onverwijld aan het betrokken lid alsmede, indien het lid
zich heeft doen bijstaan door een advocaat, aan diens advocaat
toegezonden.
20.8. Indien het bestuur het in lid 4 of het in lid 6 bepaalde niet in
acht neemt, kan het betrokken lid zich beklagen bij de commissie van
beroep. Indien de commissie het beklag gegrond acht, kan zij, hetzij aan
het bestuur een termijn stellen, of zodanige opdracht ter afwikkeling
van de zaak geven als zij dienstig zal achten, hetzij de zaak aan zich
te trekken.
20.9. Betreft het een besluit tot ontzetting, dan is het betrokken lid
na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep geschorst, tenzij het bestuur een
schorsing niet nodig acht dan wel de schorsing in de loop van de
procedure of gedurende de beroepstermijn, zo lang geen beroep is
ingesteld, opheft. Van een afwijzing van een door de betrokkene gedaan
verzoek om opheffing staat hem binnen één maand open op de commissie van
beroep. Met een afwijzing staat gelijk het niet geven van een beslissing
binnen veertien dagen nadat het verzoek geacht moet worden ter kennis
van het bestuur te zijn gekomen.
Artikel 21.
Commissie van beroep.
21.1. Over
beroepen tegen besluiten van het bestuur, waartegen ingevolge de
statuten of een reglement beroep open staat, oordeelt een commissie van
beroep, bestaande uit drie vaste en twee plaatsvervangende leden, die de
drieëntwintig jarige leeftijd moeten hebben bereikt, geen deel van het
bestuur mogen uitmaken en geen leden van de vereniging behoeven te zijn,
en die benoemd wordt door de algemene vergadering, welke tevens een van
de vaste leden als voorzitter aanwijst.
Procedures.
21.2. Het beroep wordt ingesteld door een tot de commissie te richten
door het lid dat in beroep komt ondertekend beroepsschrift, dat:
a. het bestreden besluit vermeld, met opgave van de datum waarop het
gegeven is,
b. de gronden vermeld waarop het beroep is ingesteld en
c. het verzoek inhoudt het bestreden besluit te vernietigen. een
afschrift van het bestreden besluit en een afschrift van het
beroepsartikel worden bijgevoegd.
21.3. Het in artikel 20, lid 1 omtrent het horen van betrokken lid
bepaalde, zomede het bepaalde in de leden, 2, 3 en 7 van dat artikel
zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dar de
commissie ook:
a. het bestuur of een vertegenwoordiger daarvan hoort en
b. een afschrift van haar beslissing aan het bestuur en aan het
Bondsbureau der KNSA doet toekomen.
21.4. Op grond van het niet in acht nemen van het in lid 2 bepaalde
wordt geen niet ontvankelijk verklaring uitgesproken dan nadat de
commissie het betrokken lid heeft uitgenodigd het verzuim te herstellen
en daaraan door het lid niet is voldaan.
21.5. Indien als gevolg van een omstandigheid die redelijkerwijs niet
voor zijn rekening behoort te komen een lid verhinderd is geweest een
beroep binnen de daarvoor in de statuten of dit huishoudelijk reglement
bepaalde termijn in te stellen, wordt hij niettemin door de commissie in
het beroep ontvangen wanneer zij van oordeel is dat hij het heeft
ingesteld zodra hem dat redelijkerwijs mogelijk was.
21.6. Hangende het hoger beroep ingesteld tegen een besluit tot
ontzetting kan, als het betrokken lid geschorst is, de commissie te
allen tijde de schorsing opheffen. Wordt een besluit tot ontzetting door
de commissie vernietigd, en is het lid nog geschorst, dan vervalt de
schorsing van rechtswege en vindt voorzover mogelijk herstel in de
vorige toestand plaats.
Afdeling 5.
COMMISSIES, WERKGROEPEN EN TAKEN
Artikel 22.
Verenigingsinstructeurs.
22.1. Het bestuur stelt een of meer instructeurs aan om:
a. de aspirant-leden de vereiste basiskennis en -vaardigheden bij te
brengen.
b. de leden verder te bekwamen en
c. de deelnemers aan wedstrijden daarop deugdelijk voor te bereiden.
Artikel 23.
Baancommandant.
23.1. Het
bestuur wijst daartoe naar zijn mening in aanmerking komende leden aan
om, vervolgens een daarvoor op te maken rooster, bij toerbeurt op te
treden als baancommandant.
23.2. De aangewezene zijn verplicht de functie te aanvaarden en uit te
oefenen, behoudens wettige verhindering, ter beoordeling van het
bestuur.
Artikel 24.
Wapencommissaris.
24.1. Het
bestuur wijst een lid der vereniging als wapencommissaris en een ander
lid als plaatsvervangend wapencommissaris aan voor de bewaring en het
onderhoud van de bij de vereniging in gebruik zijnde wapens en munitie.
Artikel 25.
Baancommissie.
25.1. Indien
de vereniging de beschikking verkrijgt over een eigen schietbaan, stelt
het bestuur een baancommissie uit de leden in, om onder de
verantwoordelijkheid van het bestuur, da baan en de technische
inrichting daarvan bij voortduring in goede en bedrijfsklare staat te
houden.
Artikel 26.
Baandienst.
26.1. De leden
stellen zich bij toerbeurt, volgens een door het bestuur daarvan op te
maken rooster, beschikbaar voor baandienst, behoudens wettige
verhindering, ter beoordeling van het bestuur.
Afdeling 6.
HET VERMOGEN EN HET BEHEER DAAROVER DOOR HET BESTUUR.
Artikel 27.
Betalingen etc.
27.1. De door
de gewone- of juniorleden verschuldigde gelden dienen door hen aanstonds
na hun toelating en vervolgens telkens in de eerste maand van het
boekjaar- of, indien betaling in termijnen door de algemene vergadering
is toegestaan, uiterlijk op de vervaldag van iedere termijn- zonder
korting of schuldvergelijking uit welken hoofde ook aan de vereniging te
worden voldaan.
27.2. De voldoening geschiedt, ter keuze van het betrokken lid:
a. door betaling in contanten in handen van de penningmeester der
vereniging,
b. door overmaking aan de penningmeester der vereniging of,
c. doordat de penningmeester der vereniging daarover bij het lid
beschikt.
27.3. De leden zijn verplicht bij aanvang van het lidmaatschap op te
geven welke van de hiervoor genoemde wijzen van betaling zij verkiezen,
en een vergadering in hun keuze tijdig aan de penningmeester kenbaar te
maken.
27.4. Tot het in ontvangst nemen van de betalingen in zijn handen houdt
de penningmeester op vastgestelde tijdstippen zitting.
27.5. Indien de betaling plaats vindt door overmaking per bank- of
girorekening, dient, voor risico van het lid, de overmaking zo tijdig
plaats te vinden, dat de kennisgeving van storting uiterlijk op de
vervaldag in het bezit van de penningmeester is.
27.6. De penningmeester beschikt over de gelden door aanbieding van de
kwitantie voor het bedrag, vermeerderd met de inningskosten, ten huize
van het betrokken lid; bij iedere volgende aanbieding worden de
inningskosten met de helft verhoogd.
27.7. Bij aanvang of beëindiging -om welke reden ook- van het
lidmaatschap in de loop van het boekjaar vindt geen vermindering of
teruggave van het verschuldigde plaats, tenzij het bestuur anders
bepaald.
|